De Laatste Week

Een reflectie op ons jaar in Portugal

Maandag

Het was maandagmiddag. We waren onderweg naar huis, nadat we voor het laatst hadden gekampeerd in Bragança, een middeleeuws stadje in de noordoostelijke uithoek van Portugal. Ons aanstaande vertrek naar Nederland had ons al de hele maand beziggehouden, en we hadden zelfs een lijst gemaakt van dingen die we nog wilden doen voordat we definitief afscheid namen van Portugal. Een groot deel van de lijst was inmiddels afgevinkt, maar het besef dat het jaar bijna tot een einde zou komen was nog niet echt doorgedrongen. Tot nu. Terwijl we met melancholische muziek door het golvende landschap van de Douro regio reden, langs uitgestrekte druivenvelden en slingerende rivieren, besefte ik dat dit de eerste dag was van onze laatste week in Portugal.

Mijn gedachten dwaalden af naar anderhalf jaar geleden, toen het idee voor dit avontuur langzaam vorm begon te krijgen. Geïnspireerd door films als ‘Le Otto Montagne’ en ‘Into the Wild’ droomden we erover om alles achter ons te laten en een nieuw leven te beginnen. Weg van de drukke stad, de rat race en het luxeleven. Niet dat dat leven me niet beviel, in tegendeel. Ik had een droomvrouw, een droombaan, een knus huis en lieve familie en vrienden. Waarom dan toch vertrekken?

Ten eerste maakte ik me steeds meer zorgen over het klimaat en de natuur. Een paar jaar geleden was ik om deze reden al overgestapt naar een plantaardig dieet, gestopt met vliegen, begonnen met vrijwilligerswerk en had ik op mijn werk een duurzaamheidsteam opgericht. Maar diep vanbinnen wist ik dat ik meer wilde doen. Ik las op LinkedIn een bericht van een vrouw die haar succesvolle baan had opgezegd om een jaar lang zo duurzaam mogelijk te leven in de natuur en ik dacht “dit is het”. Niet streven naar een groter huis, een dikkere auto of mooiere spullen, maar juist naar eenvoud. Minder consumptie, minder materiële bezittingen en minder comfort, maar ook minder negatieve impact op de natuur, meer rust en meer ruimte om na te denken. 

Die ruimte om na te denken kon ik goed gebruiken. Ik werkte al zeven jaar bij hetzelfde bedrijf en omringde mezelf met dezelfde vrienden die in veel opzichten op ook nog mij leken. Elke carrièrestap leek logisch voort te vloeien uit de vorige en elke kans was te mooi om te laten liggen. Ik werd in mijn keuzes aangemoedigd door mensen om me heen en wilde aan hun verwachtingen voldoen. Niet dat ik geleefd werd, maar ik had wel steeds meer het gevoel dat mijn keuzes beïnvloed werden door mijn eerdere beslissingen en mijn omgeving. Het was tijd om uit mijn comfortabele bubbel te stappen, weg van de gebaande paden, naar een plek waar ik vrij kon nadenken over wat ik belangrijk vond en hoe ik de rest van mijn leven wilde vormgeven.

In de maanden daarna kreeg het idee steeds meer vorm, tot ik uiteindelijk samen met Sanne de knoop doorhakte. We zeiden onze banen en onze huurwoning op en verkochten onze meubels op Marktplaats. De opbrengst verdween in een portemonneetje voor weekendjes weg in Portugal, waarvan we zojuist de laatste euro hadden uitgegeven in Braganca. Het voelde vreemd, afscheid nemen van zoveel dingen tegelijk, maar ook bevrijdend. Mensen in mijn omgeving reageerden uiteenlopend op onze plannen. Sommigen snapten niet dat we zoveel achterlieten en wensten ons sterkte. Anderen vonden het dapper, stoer of zelfs inspirerend. Tot mijn verrassing gaven veel mensen aan dat ze altijd al zoiets hadden willen doen. Er was gedroomd, maar het was bij dromen gebleven.

De autorit vanuit Bragança eindigde zoals altijd bij het hobbelige zandpad dat naar onze vallei leidt. Ik gaf de auto een bemoedigend klopje en beloofde dat ze na deze week alleen nog over gladde asfaltwegen zou hoeven rijden. Nadat ik het welkomstcomité van Syb en Bonnie een aai had gegeven, liep ik naar de moestuin om de stand van zaken te inspecteren. Tot mijn teleurstelling zag ik dat de tomatenziekte, die de planten net voor ons kampeerweekend had getroffen, verder om zich heen had gegrepen. Ik wilde mijn tuinhandschoenen al aan doen, maar besloot toen dat het ook wel tot morgen kon wachten.

Dinsdag

De volgende ochtend begon ik gelijk met het weghalen van de geelbruine bladeren van de tomatenplanten om verdere verspreiding te voorkomen. Nu ik er toch was, gaf ik de planten water en wiedde wat onkruid. De zon kwam langzaam op van achter de heuvel, en de kleuren van de tuin werden intenser in het goudgele ochtendlicht. Ik betrapte mezelf erop dat ik de gieter steeds weer neerzette om nog wat foto’s te maken, alsof ik elk hoekje van deze plek wilde vastleggen nu het nog kon. 

Veel aspecten van het off-grid leven waren enorm meegevallen. Luxe went snel, maar een gebrek aan luxe eigenlijk ook. De buitendouche en het composttoilet voelden meteen als vanzelfsprekend en het bezitten van weinig spullen beviel erg goed. Ook het gebrek aan een stroom- of wateraansluiting wende snel. Als de zon niet scheen waren we even wat zuiniger met stroom, bij aanhoudende droogte douchten we wat minder vaak en wanneer de voorraadkastjes leeg waren ontpopte Sanne zich tot meester van de culinaire improvisatie. Het maakte ons ook bewuster van ons verbruik. Ik wist precies hoeveel liter water er nodig was voor de afwas en hoeveel stroom het kostte om een liter water aan de kook te brengen.

Een stuk moeilijker was het verbouwen van eten. De plek waar ik nu tussen de groene moestuinbakken liep was een jaar geleden nog een dorre zandvlakte. Verschillende mensen hadden ons gezegd dat het onmogelijk was om binnen een jaar een moestuin op te bouwen vanuit het niets, en daar hadden ze deels gelijk in gehad, maar niet helemaal. Met bloed, zweet en tranen hadden we het kale veld omgespit, vlak gemaakt, bemest, moestuinbedden aangelegd, een kas gebouwd en zaailingen verzorgd. Avonden lang had ik gewerkt aan mijn companion algoritme, om zo de perfecte moestuinindeling te berekenen met zoveel mogelijk planten die elkaar helpen.

Uiteindelijk had het letterlijk en figuurlijk zijn vruchten afgeworpen. De moestuin waar ik nu doorheen slenterde stond vol met tientallen soorten groenten en kruiden. De volgende dag zou Sanne een driegangendiner bereiden, met alle ingrediënten vers uit de tuin geplukt. Maar eerlijk is eerlijk, zelfvoorzienend waren we nog lang niet. Veel gewassen leverden weinig op per vierkante meter en de gewassen die wel veel opbrachten, zoals aardappels, tomaten en sla, waren geplaagd door ziektes of doorgeschoten. 

Maar toch, terwijl ik het onkruid weg plukte tussen de glimmende donkerpaarse aubergines en fel rode snijbiet, overheerste een gevoel van trots. Elke aubergine, elk tomaatje en elk blaadje sla was een stille getuige van onze inspanningen. Van dichtbij zien hoe een zaadje van één millimeter zich ontwikkelt tot een metershoge plant, was één van de meest waardevolle en leerzame ervaringen van dit jaar geweest. Ik keek inmiddels met andere ogen naar het eten op mijn bord, en wanneer ik nu door een dorpje liep, wees ik niet naar de dikke auto die ergens voor de deur geparkeerd stond maar naar het moestuintje naast het huis.

Misschien waren het de rust en de ruimte die me een nieuwe blik op de dingen gaven. Voor het eerst in mijn volwassen leven was er geen stress, helemaal niets. Geen afspraken, geen agenda, geen verplichtingen, geen verwachtingen van anderen. ’s Nachts, als ik door de tuin naar het composttoilet schuifelde, hoorde ik alleen de krekels en zag ik boven me een hemel vol sterren. Overdag hoorde ik alleen de wind die zong, de vogels die floten en de bijen die zoemden. Urenlang konden Sanne en ik wandelen langs riviertjes en over bergweggetjes, zonder een mens tegen te komen. Een halfuurtje rijden en we belandden tweehonderd jaar terug in de tijd, in een bergdorpje waar mensen hun eigen moestuintjes hadden en hun was deden in de gemeenschappelijke waterbak. Het was alsof de moderne wereld hier nooit had bestaan.

Woensdag

De volgende dag begon Sanne alvast met het uitzoeken van onze weinige kastjes, om te kijken wat we mee wilden nemen naar Nederland en wat weg kon. Na een half uurtje gaf ze me een stapel schriftjes, papieren en kaartjes. Ik begon er doorheen te bladeren en werd meegenomen op een reis door het afgelopen jaar. Als eerste waren er de kaartjes en brieven die we van iedereen kregen tijdens ons afscheid, met daarin alle lieve woorden en wensen. Het afscheidsfeest was op zichzelf al een onvergetelijke ervaring geweest. Het was overweldigend om omringd te zijn door zoveel mensen die iets om je geven, die zeggen dat ze je gaan missen en dat ze graag langs willen komen. Misschien was het de alcohol, maar ik lag die avond in bed met een bijna euforisch gevoel van dankbaarheid, zoals ik nooit eerder had ervaren. 

In de stapel lag ook het bewijs van mijn moeizame strijd tegen mijn eigen resultaatgerichtheid. Vanaf het moment dat we aankwamen had ik geworsteld met de balans tussen discipline en vrijheid, tussen ritme en spontaniteit, tussen doelgerichtheid en flexibiliteit. Ik wilde het maximale uit dit jaar halen en bewust kiezen wat ik wilde bereiken, maar tegelijkertijd wilde ik mijn resultaatgerichtheid wat meer loslaten en leren varen op mijn intuïtie. Ik wilde niet te streng voor mezelf zijn, maar van hele dagen luieren werd ik niet gelukkig. In de zoektocht naar structuur had ik weekplanningen gemaakt, met kruisjes achter de dingen die ik elke dag wilde doen. De lijstjes waren eerst langer geworden en toen weer korter, soms ambitieus en dan weer laagdrempelig. Tot ik de lijstjes uiteindelijk helemaal had laten varen, omdat het besef was ingedaald dat het ook ‘nuttig’ is om lange wandelingen te maken, boeken te lezen of gewoon voor me uit te staren. 

Toch betrapte ik mezelf er steeds weer op dat ik mijn werk miste. Ik miste het om elke dag naar een kantoor te gaan waar ik samen met een groep enthousiaste mensen naar een gemeenschappelijk doel toe kon werken. Ik miste het om met mijn collega’s na te denken over uitdagende vraagstukken en ingewikkelde problemen. Natuurlijk hadden we hier ook een gemeenschappelijk doel, namelijk duurzaam leven in de natuur, en natuurlijk waren er genoeg uitdagende problemen. Ik genoot ervan om de moestuin te ontwerpen, een kas te bouwen, een companion algoritme te ontwikkelen en honderden plantjes op een gestructureerde manier groot te brengen van zaadje tot groente. Maar veel dingen die bijdroegen aan het hogere doel bestonden uit dagelijks terugkerende klusjes zoals water geven, onkruid wieden en oogsten. Of juist uit dingen niet doen, zoals spullen kopen.

Het was niet dat er niet meer te doen was, integendeel. We woonden op een stuk land van zes hectare, dus als ik wilde kon ik tachtig uur per week bezig zijn met bosmaaien, grasmaaien, boompjes snoeien, onkruid wieden, muurtjes repareren, paden vrijmaken, wegen vlak maken, geulen graven en ga zo maar door. En als ik dan bij het ene uiteinde van het terrein was aanbeland, kon ik gelijk weer bij het andere uiteinde opnieuw beginnen, omdat alles dan alweer aangegroeid of afgebrokkeld was. Kortom, niet het meest bevredigende werk voor een resultaatgericht iemand. Sterker nog, ik liep erop leeg.

Toen ik die avond het boek Duurzame Ambitie van Marnix Kluiters opensloeg, viel mijn oog op een paragraaf waardoor alles op zijn plek viel. Het ging over de zelfdeterminatietheorie, die stelt dat we als mens naast de biologische basisbehoeften, zoals eten, water en slaap, ook drie psychologische basisbehoeften hebben. Als aan deze behoeften wordt voldaan dan stijgt je energiepeil, zo niet dan raak je uitgeput. Ten eerste was er de behoefte aan autonomie, oftewel jezelf mogen zijn en doen wat je zelf wil. Hiermee zat het wel goed. Sterker nog, dit was de reden dat veel mensen voor een off-grid leven kozen. Maar de andere twee basisbehoeften waren binding, oftewel de behoefte aan sociaal contact met andere mensen, en competentie, oftewel doen waar je goed in bent en daarvoor gewaardeerd worden. Misschien was het dus niet zo gek dat ik mijn vrienden en mijn werk zo had gemist het afgelopen jaar..

Donderdag

Op donderdag besloten we voor de laatste keer ons vaste wekelijkse rondje door Nelas te doen. We hadden kaartjes geschreven voor een aantal mensen met wie we vaak een praatje maakten. Van alle aspecten van het off-grid leven had ik het sociale contact – of beter gezegd, het gebrek daaraan – verreweg het zwaarst gevonden. Sanne en ik raakten zelfs na een jaar op elkaars lip nooit uitgepraat, en ik liep vaak even langs Jesper en Isabel om een praatje te maken, maar verder had ik met weinig mensen contact. Elke keer als vrienden of familie uit Nederland ons kwamen opzoeken merkte ik dat ik opleefde en gelijk beter in mijn vel zat, maar nadat ze waren vertrokken gebeurde vaak het omgekeerde. Ik laadde duidelijk op als ik me omringde met andere mensen. 

De sociale isolatie was deels onderdeel van het bestaan waarvoor we bewust hadden gekozen, maar ergens hadden we toch gehoopt wat meer gelijkgestemden te vinden. Portugal stond immers bekend om het grote aantal off-grid communities, vol met mensen die een vergelijkbare levenswijze nastreefden. Na een bezoek aan een aantal van deze communities bleek echter dat de beweegredenen van onze mede-immigranten vaak net iets anders waren dan de onze. Velen van hen waren naar Portugal verhuisd vanwege de pandemie, op zoek naar meer vrijheid en minder overheidsbemoeienis. Na een kort praatje over waar men vandaan kwam en wat men deed, belandde het gesprek vaak binnen enkele minuten op gespreksonderwerpen waaruit veel wantrouwen bleek naar overheidsinstanties, de media, het bedrijfsleven, de wetenschap, de reguliere gezondheidszorg en het establishment. Duurzaamheid werd af en toe genoemd, maar veel vaker ging het over autonomie en een ontsnapping aan onderdrukking en controle.

Zo kwam het dat we na een half jaar nog steeds weinig aansluiting hadden gevonden, en daardoor extra genoten van de korte gesprekjes met lokale Portugezen. Hier wilden we hen graag voor bedanken. Als eerste was er het stel dat de lokale sportschool runde. Altijd als we naar binnen liepen begroette de vrouw van het stel ons met de meest luide en enthousiaste “Bom dia” die je je kunt voorstellen. Ze nam het kaartje in ontvangst en gaf ons een dikke knuffel. En toen nog twee. Hierna brachten we een kaartje bij de vrouw van de Fruteria, die onvermoeibaar had geprobeerd om ons wat Portugese woorden bij te brengen, en tot slot gingen we naar ons vaste café voor een laatste kop koffie. De eigenaar, die het café runde samen met zijn vrouw en vader, vertelde altijd trots over zijn dochter die in het buitenland studeerde. Na het lezen van de kaart haastte hij zich naar binnen voor een pen, om contactgegevens uit te wisselen. Hij kwam graag een keer op bezoek als hij in Nederland was, en we konden hem altijd bellen als er iets was.

Vrijdag

Vrijdag stond in het teken van ons afscheidsdiner met Isabel en Jesper. Sanne stond de hele dag in de keuken om drie gangen te bereiden met vers geoogste komkommer, aubergine, courgette, spinazie, snijbiet, cherrytomaatjes, peper, knoflook, ui, sla en kool. Ondertussen legde ik de laatste hand aan het afscheidscadeautje: een gids met de mooiste wandelingen, fijnste zwemstrandjes, leukste stadjes en beste restaurantjes die we gedurende het afgelopen jaar hadden ontdekt in de omgeving. 

Er was veel om Jesper en Isabel voor te bedanken. Vanaf de eerste keer dat ik kwam kijken, in april vorig jaar, had ik me bij hen welkom gevoeld. Ik mocht overnachten in het huisje waar zij nu zelf wonen, en schoof elke ochtend aan voor een vers kopje koffie en ontbijt. Het voelde gelijk goed, en ik kon niet wachten om het aan Sanne te laten zien. Toen ik vier maanden later met haar en de katten de vallei in reed was ik zenuwachtig. Zou de vallei wel echt zo mooi zijn als ik me herinnerde? Zou Sanne de plek net zo mooi vinden? 

Gelukkig had het warme welkom van Jesper en Isabel ons gelijk thuis laten voelen. Alles in en rondom het huisje zag er heel netjes uit en het huisje was helemaal ingericht opgeleverd, met meubels maar ook met borden, glazen en bestek. Isabel en Jesper vroegen regelmatig of we alles hadden wat we nodig hadden en we konden het zo gek niet bedenken, van een staafmixer tot een koffiebonenmaler, alles hadden ze voor ons. Ook als we buiten het huis gingen klussen of tuinieren konden we op hun hulp rekenen. Elk klusje ging vooraf aan minstens een half uur zoeken naar gereedschap of onderdelen in het bloedhete schuurtje, maar na een paar minuten schoten Isabel of Jesper me altijd te hulp om te helpen zoeken of uit te leggen hoe iets werkte. Ik leerde van Jesper hoe je hout kunt hakken op de Zweedse manier en van Isabel hoe je aardappelen moet poten, dingen die zij al van jongs af aan hadden geleerd van hun ouders. Aan het begin van het jaar had ik geen enkel verstand van klussen of tuinieren, maar mede door de hulp van Jesper en Isabel was ik hier inmiddels een stuk vaardiger in geworden. De deur stond altijd open voor een vraag, een kopje suiker of gewoon een praatje. Isabel en Jesper waren onze verhuurders, onze buren en inmiddels ook onze vrienden.

Terwijl we aan het feestmaal zaten, en nog een extra glaasje vino verde in schonken, blikten we terug op het afgelopen jaar. Hoe keken we terug op het jaar? Was het wat we ervan hadden verwacht? Hadden we eruit gehaald wat we hoopten? Vragen die eenvoudig leken, maar tegelijkertijd zo alomvattend waren dat het moeilijk was om er antwoord op te geven. Iedereen die bij ons langs was geweest had beaamd dat het bijna onmogelijk is om in woorden uit te drukken wat er zo bijzonder was aan dit leven.

Daarom te beginnen met onze oorspronkelijke motivatie: duurzaam leven in de natuur en de tijd nemen om te reflecteren en na te denken over de toekomst. Op de vraag of dit gelukt was kon ik volmondig ja antwoorden. We waren erachter gekomen dat honderd procent duurzaam en zelfvoorzienend leven zonder impact op de natuur bijna onmogelijk is, maar volgens alle maatstaven hadden we dit jaar veel duurzamer geleefd dan in Amsterdam. 

Zoals eerder genoemd hadden we in Amsterdam ook al geprobeerd om onze klimaatimpact verkleinen, onder andere door over te stappen op een plantaardig dieet, te stoppen met vliegen, de verwarming lager te draaien en minimalistischer te leven met minder kleding en spullen. Hiermee hadden we onze CO2 uitstoot al bijna gehalveerd, van 15 naar 8 ton per jaar. Maar in Portugal gingen we nog een paar stappen verder. We wekten onze eigen energie op, verbouwden onze groenten zelf of kochten deze lokaal en kochten bijna geen kleding of spullen. Om warm te douchen en op winterse dagen te koken hadden we één gasfles gebruikt, maar daarin zat ongeveer een honderdste van de hoeveelheid gas die we in Amsterdam verbruikten om ons appartement te verwarmen. Om de kachel te stoken hadden we een paar boompjes van ons eigen terrein omgehakt, die binnen een paar jaar weer zouden aangroeien. Het enige wat we niet aanzienlijk hadden kunnen verminderen was ons benzineverbruik. Onze trouwe Prius was erg zuinig, maar we hadden hem veel gebruikt om naar de winkel of sportschool te rijden, om Portugal te ontdekken en om vier keer de 2000 kilometer af te leggen tussen Portugal en Nederland. Desalniettemin was onze totale CO2-uitstoot afgenomen naar 3 ton, wat slechts één zesde is van het Nederlandse gemiddelde van 18 ton.

Toch had ik in dit jaar ook beseft dat het verkleinen van mijn eigen klimaatimpact niet de enige manier was waarop ik wilde bijdragen. Zoals Rutger Bregman schreef: “In het beste geval is je impact zo klein dat je net zo goed niet had kunnen bestaan.” Als ik de 80.000 werkuren van mijn carrière zou inzetten om een positief verschil te maken, was mijn impact misschien wel duizenden keren zo groot. Natuurlijk wilde ik in Nederland duurzaam blijven leven, maar bovenal voelde ik me gemotiveerder dan ooit om mijn kennis over data en duurzame energie in te zetten om klimaatverandering tegen te gaan en de energietransitie te versnellen.

En dan was er nog de tweede reden om naar Portugal te vertrekken, namelijk rust en ruimte om na te denken over wat ik belangrijk vond en hoe ik de rest van mijn leven wilde vormgeven. Rust en ruimte waren er absoluut in overvloed. Eindelijk had ik te tijd gehad om lange wandelingen te maken door uitgestrekte velden en bossen, om meer boeken te lezen dan in de tien jaar hiervoor en om het hierover te hebben met Sanne. Veel mensen hadden tegen me gezegd dat dit jaar een relatietest zou worden maar het tegenovergestelde was waar. Urenlang hadden we gepraat over onze dromen, onze ambities en onze idealen, over alles wat we al samen hadden mogen meemaken, alles waar we dankbaar voor waren en alles wat we nog graag wilden doen. We hadden scherper dan ooit wat we belangrijk vonden en het beeld van onze toekomst was steeds helderder geworden. We zagen ons leven in Nederland voor ons met een gezin, een klein huis bij het bos en banen bij idealistische maar pragmatische organisaties waar we elke dag konden werken aan dingen die concreet bijdragen aan een duurzame toekomst. En we konden niet wachten om te beginnen.

Zaterdag

Zaterdag was het dan echt zover. Onze spullen gingen weer in de verhuisdozen waarin ze een jaar eerder waren gearriveerd, aangevuld met ingemaakte groenten en kruiden van Isabel en Jesper, en de schilderijtjes en andere frutsels die we het afgelopen jaar hadden geknutseld. De katten maakten nog een laatste ronde door de vallei, tot we ze onder luid protest in hun reismandjes stopten. Voor de allerlaatste keer dronken we een kop koffie bij Isabel en Jesper, die speciaal voor ons vroeg waren opgestaan. Daarna stapten we in de auto.

Dit jaar van eenvoudig en duurzaam leven had ons dichter bij de natuur gebracht, maar vooral ook bij elkaar en bij onszelf. Het had me geleerd wat echt belangrijk is in het leven: niet spullen, luxe of carrière, maar familie, vrienden, gezondheid, de natuur om ons heen en iets goeds doen. Ik was me veel bewuster geworden van de waarde van eten, energie en water, maar ook van het genot van je eigen eten verbouwen en de dankbaarheid die daarbij komt kijken. Het fysieke werk in de buitenlucht had me fysiek en mentaal fitter gemaakt dan ooit, en de zeeën van ruimte en tijd hadden rust en helderheid gebracht. Het jaar had me laten zien dat een goede buur zeker beter is dan een verre vriend, maar ook hoe bijzonder het is als verre vrienden je komen opzoeken.

Mijn resultaatgerichtheid had ik leren zien als een kracht die ik ten goede kon inzetten. Ik had een hernieuwde waardering gekregen voor mijn werk: samen met een groep mensen aan een missie werken en impact maken. Ik had ontdekt hoe belangrijk het is om mensen om je heen te hebben en werk te doen waar je goed in bent. Ik besefte nu dat de impact die ik door mijn carrière kon maken veel verder ging dan alleen het verkleinen van mijn eigen ecologische voetafdruk. Ik was gemotiveerder dan ooit om weer aan het werk te gaan en mijn carrière in te zetten voor een duurzame toekomst. 

Maar bovenal keek ik er enorm naar uit om al onze familie en vrienden weer te zien, om een nieuw leven op te bouwen in Nederland met alle ervaringen en inzichten die we hadden opgedaan. We stonden, net als een jaar geleden, aan de vooravond van een nieuw avontuur.

1 gedachte over “De Laatste Week”

  1. Wat een rijkdom aan ervaringen, inzichten, reflecties en (intuïtieve) plannen. Heerlijk om lezen. Klaar voor weer een andere stap. Klinkt als dat jullie deze voor om meerdere redenen voor geen goud hadden willen missen.
    Welkom terug, maar het is niet terug naar het oude, maar naar iets nieuws, met deels bekende ingrediënten. We hebben je drive om goed te doen en te verbinden hard nodig. Kijk ernaar uit je, wellicht jullie, weer een keer te zien.
    Jeroen

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *