De wens om duurzamer te leven en zo minder bij te dragen aan klimaatverandering, was één van de doorslaggevende redenen om naar Portugal te verhuizen. Afgelopen week werd de urgentie hiervan ons nog eens extra duidelijk toen we te maken kregen met temperaturen tot 44 graden en een bosbrand.
Op dinsdag daalde Sanne al om 09.30 uur met een verhit hoofd af, van de moestuin richting huis. De temperatuur was op dat moment gestegen tot boven de 30 graden, maar doordat we alle ramen hadden bedekt met handdoeken, was het binnen nog uit te houden. Kevin zette stug door en kwam pas met de lunch thuis, waarna het kwik snel opliep tot boven de 40 graden. De enige nog houdbare plek op dat moment was horizontaal voor de ventilator, en de voornaamste vorm van beweging was dan ook een wc-bezoek, waarbij we de warme wind van de ventilator moesten verlaten om de oversteek te maken naar het composttoilet.
Aangezien woensdag net zo bloedverziekend heet beloofde te worden, hadden we de wekker vroeg gezet en begonnen we de dag met wat beweging. Naast sporten en yoga, trakteerden we onszelf op een wandeling naar Caldas de Felgueira. Een dorpje volledig gebouwd rondom de thermische baden van het Grand Hotel. En al stonden er bij deze trekpleister nog aardig wat auto’s, het dorp zelf was uitgestorven. Veel huizen met een te koop bord voor de deur, angstvallig stille quinta’s en bankjes waarvan de Portugese tegeltjes in dierenthema langzaam afbrokkelden. Ook hier hadden de meeste bewoners na de brand 6 jaar geleden niet de kracht gehad om alles opnieuw op te bouwen. Een enkeling bleef over om ‘s ochtends de vloer aan te vegen en de schaarse toerist van een kop koffie en een koelkastmagneet te voorzien.



Na de koffie drong de warmte zich alweer snel op, en keerden we huiswaarts om ons in dezelfde houding als de dag daarvoor voor de ventilator te settelen. Praktisch gedwongen hadden we eindelijk een goed excuus om een serie te kijken. Maar nog voor het einde van ‘We zijn er bijna’, stak de wind op. Inmiddels weten we dat dit een teken kan zijn van een bosbrand, maar woensdag liepen we nietsvermoedend naar buiten, waar we dikke rookwolken op zagen stijgen in de richting van Nelas. Toen we gingen verhuizen, wisten we natuurlijk dat dit een risico zou zijn, maar daadwerkelijk geconfronteerd worden met dit enorme natuurgeweld zo dicht bij huis is toch onwerkelijk en beangstigend.



Online zagen we dat het ging om de grootste brand in Portugal op dat moment, een paar kilometer vanaf ons huis. Het aantal brandweermannen ter plaatse nam snel toe tot boven de 400. Jesper en Isabel stelde ons gerust dat de wind niet onze kant op stond, maar toch pakten we in lichtelijke paniek onze vluchttas, laadde Syb en Bonnie in en stapten samen met Isabel en hond Yula in de auto om polshoogte te nemen van de situatie. Toen we de hoofdweg opreden zagen we gelukkig dat de brand inderdaad in de vallei aan de andere kant van Nelas woedde, en dus nog langs het stadje zou moeten om bij ons te komen. Redelijk gerustgesteld keerden we terug naar huis om de situatie daar verder aan te kijken.
Om uiting te geven aan de stress, sleepte Kevin op het heetst van de dag alle brandbare takken en boomstammen nog verder van de vluchtroute, terwijl Sanne het huis opruimde en de website Fogos.pt elke 3 minuten ververste. Dit alles met het dystopische geluid van af en aan vliegende blusvliegtuigen op de achtergrond. Uiteindelijk kregen we aan begin van de avond gelukkig het nieuws dat de brand onder controle was, en konden we met Isabel en Jesper proosten op een goede afloop.
Kattenhoekje
Ook Syb had last van de hitte
